De stemmen geteld, de kaarten gekleurd

April 26, 2018 1391 keer bekeken 0 comments

Josse de Voogd

Werkt bij Telos aan een boek over de verkiezingsgeografie van Nederland. Voor de Provincie Brabant schreef hij deze analyse van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Tijdens de verkiezingsavond was hij te gast bij de NOS.

Na elke verkiezing kan er weer een nieuwe politieke kaart van Nederland ingekleurd worden. Een kaart waarop veel bekende patronen intact blijven; in Urk wint weer een christelijke partij. Maar waarop ook verrassende uitslagen zijn te zien; zoals Groep de Mos die aan kop gaat in Den Haag en GroenLinks dat wint in Helmond.

Net als in 2014 domineren lokale partijen het grootste deel van Nederland. Vooral bezuiden een lijn die vanuit Zeeuws-Vlaanderen door het Rivierengebied naar de Achterhoek loopt zien we veel gemeenten waar het aandeel stemmen op lokale partijen hoog ligt. Het is precies het gebied waar in het verleden de Katholieke Volkspartij domineerde. Het is een culturele scheidslijn die teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog. In het zuiden ontwikkelde zich een andere politieke cultuur waarin het persoonlijke een grotere rol speelde ten opzichte van ideologie. De extra steun voor lokale partijen is een restant van deze traditie.

Figuur 1. Aandeel lokale partijen per gemeente

De verkiezingen lieten een verdere versnippering zien van het electoraat. In veel gemeenten traden nieuwe partijen toe, zoals DENK en PVV. In de gemeente ’s-Hertogenbosch zijn nu 14 partijen vertegenwoordigd in de raad en stemde slechts 12,5% van de opgekomen kiezers op de grootste partij. In het geval van Brabant valt op dat het aantal partijen per gemeente gemiddeld is toegenomen. Tegelijk is het aantal partijen dat minimaal nodig is voor een meerderheidscoalitie vaak afgenomen. De versplintering zit dus vooral aan de ‘onderkant’: er komen meer kleine partijen bij, maar dat gaat vaak niet ten koste van de grootste partijen.

En zo worden nu het stof is neergedaald de patronen duidelijker en blijken sommige conclusies achteraf wat voorbarig. Op de verkiezingsavond was GroenLinks de grote winnaar en de SP de grote verliezer. Maar De SP boekte in 2014 een zeer goede uitslag, deed in een beperkt aantal gemeenten mee, heeft veel last van concurrentie met lokale partijen en moet het hebben van groepen kiezers die slecht opkomen bij zogenoemde tweederangs verkiezingen. GroenLinks daarentegen kwam van een lage score, deed juist in die gemeenten mee waar ze sterk is, heeft weinig last van lokale partijen en is sterk onder hogeropgeleiden die goed opkomen. Ook profiteert de partij van de nivellering van het partijlandschap. Met scores die in het verleden ook al eens werden behaald is het nu makkelijker om de grootste partij te worden.  Rekening houdend met al deze factoren komt de uitslag overeen met de huidige score in de Tweede Kamer en in de peilingen, waar SP en GroenLinks elkaar niet veel ontlopen. Bij een nadere analyse valt ook op hoe er naast 50PLUS veel lokale ouderenpartijen zijn. En hoe verschillende lokale partijen vaak sterk leunen op bepaalde dorpen binnen een gemeente. De verkiezingskaart is een bont geheel.

De uitslag voor een partij als GroenLinks laat zien dat typologieën van gemeenten relevanter zijn dan de mate van stedelijkheid. De partij wordt nogal eens gezien als partij van de steden. Maar de scores in Rotterdam en Den Haag blijven achter. Tegelijk is de partij wel groot in gemeenten als Zeist, Culemborg, Renkum en Zutphen. Het zijn specifieke randgemeenten van GroenLinks gezinde steden en plaatsen die bekend staan om hun Vrijescholen en ecowijken. Uniek is de winst in Helmond, een voorbeeld waaruit blijkt dat lokale thema’s en lokale gezichten bij raadsverkiezingen het verschil kunnen maken.

Tegelijk met de raadsverkiezingen werd het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gehouden. De tegenstem won nipt van de voorstem. Op de kaart valt op dat vooral de steden en het noorden tegen hebben gestemd. In een aantal gemeenten vonden geen raadsverkiezingen plaats en daar zien we dat de opkomst voor het referendum een stuk lager is. In sommige van die gemeenten lijkt de balans net ietsje verder door te slaan naar tegen dan in buurgemeenten met een vergelijkbaar politiek profiel. Opvallend is dat de uitslagenkaart er volkomen anders uit ziet dan die van de referenda in 2005 over de Europese grondwet en in 2016 over het verdrag met Oekraïne. Het zijn duidelijk niet dezelfde gebieden en niet dezelfde kiezersgroepen die massaal tegenstemmen. Scheidslijnen lopen weer anders door de partijen en door de regio’s heen. De inhoud doet er toe.

0  Comments

 
We use CAPTCHA to prevent spam. Tick the checkbox to continue. You might be asked to select certain images

One moment ...